Informatie over mestscheiden

 

Succesvol mestscheiden is afhankelijk van een aantal belangrijke factoren.
We zullen deze op een rijtje zetten:

Putindeling:
Bij nieuwbouw heb je de mogelijkheid daar goed over na te denken. Want het is ook mogelijk de dunne fractie apart op te slaan. En ook goed te kijken welke kelders aan elkaar gekoppeld  worden: bv onder de roosters of onder ligbedden. Uiteraard is dat bij dichte vloer-systemen weer anders. En op vloeren die de urine laten weglopen en de vaste mest afschuiven naar een afstortpunt, is het weer anders.

Voor een goede werking van de separator is het belangrijk, dat de aangevoerde mest optimaal van samenstelling is. Wanneer men de mest altijd uit dezelfde put pompt en de dunne fractie ook altijd naar een andere put of mestsilo doet, is de kans zeer groot, dat de te scheiden mest veel te dik wordt, omdat de biobedding terug komt in de stal en de dunne fractie weg  wordt gepompt. Zo wordt de mest steeds dikker en werkt de separator niet meer optimaal. Daarom is het heel verstandig meerdere mogelijkheden aan te leggen. Dat kan zo gemakkelijk bij nieuwbouw!!

Mixplan:
Het succesvol mestscheiden begint al bij het mixplan, dus de kelder  indeling. Wanneer de mest goed gemixt kan worden, kan een separator daar veel beter mee omgaan. In de praktijk worden nog wel eens veel te lange mixsystemen gemaakt. Wanneer het dan ook nog  een slalom-systeem is, dus enkele keren heen en weer, is de kans groot, dat het mixen niet optimaal gebeurt .  Trouwens, dat is niet alleen nadelig voor het mestscheiden, maar ook voor het mest uitrijden: je rijdt immers geen homogene mest uit!!! Dus de mest wordt niet goed verdeeld op het land.

Samenstelling van het rantsoen:
Een separator is vergelijkbaar met een  zeef: de grovere delen gaan niet door de zeef, de kleinere delen gaan met de dunne fractie wel door de zeef. Uiteraard heeft de maas-wijdte van de zeefkooi daar enorm veel invloed op. Daar moet de juiste keus in gemaakt worden. Maar het rantsoen is van nog grotere invloed. Simpel gezegd: de koe vreet het rantsoen op, haalt de melk eruit en de rest gaat de put in. Dus als er veel mais in het rantsoen zit, komen er veel mais-resten in de mest. Nu blijkt dat de resten van elke voedingssoort z’n eigen grofheid heeft. De resten van mais in de mest zijn vrij grof, dus een separator filtert die er gemakkelijk uit. De resten van gras, zeker vers gras, zijn veel fijner. Dus de separator filtert die er veel minder uit. Dus veel minder capaciteit. Daarnaast zijn er nog tal van andere voedingsmiddelen. Elk heeft z’n eigen invloed op de werking van de separator. Het gaat nu veel te ver om daar uitgebreid op in te gaan.

Verterings-coëfficiënt:
Ook de vertering heeft grote invloed op de werking van de separator. Want bij een vergelijkbaar rantsoen is de capaciteit op het ene bedrijf  heel anders dan op een ander bedrijf. Dan kan het zijn dat op het bedrijf waar de capaciteit tegen valt, het voer veel beter verteert wordt dan op het andere bedrijf. Door de betere vertering, uiteraard een heel goede zaak, zijn de grovere delen beter verteert en dus kleiner geworden, waardoor ze weer met de dunne fractie door de zeef  gaan.

Jongvee mest:
jongvee mest scheiden valt heel erg tegen. Wil bijna niet. Weinig opbrengst uit de separator. Hoe komt dat? De jongveemest is toch heel dik? Ja, en toch wil het niet zo goed. Dat heeft een paar redenen: jongvee vreet heel veel gras. We zagen al, dat gras fijner verteert. Daarnaast is er nog een belangrijke reden. Jongvee vreet in verhouding met een melkkoe heel weinig, omdat het geen melk  produceert. Daardoor is de vertering ook anders. Het voer is veel langer is de darm en daardoor verteert het veel beter. Dus de grovere delen worden kleiner verteert. Conclusie:  de dikte van de mest, zegt niet veel over  de hoe goed de mest te scheiden is. De structuur van de mest is veel belangrijker.

Ook de samenstelling van de separator heeft invloed.

Diameter zeefkooi:
De diameter van de zeefkooi bepaalt voor een groot gedeelte de zeef oppervlakte. Een grotere diameter heeft het voordeel, dat de oppervlakte toeneemt, maar het grote nadeel dat de krachten  in de separator toenemen om hetzelfde resultaat te bereiken. Daardoor neemt de slijtage toe.

Lengte zeefkooi:
De lengte van de zeefkooi is uiteraard van grote invloed op de zeefoppervlakte en het is dan ook geen wonder, dat de lengte ook erg veel invloed heeft op de capaciteit én de droogte van het eindproduct.

 

Maaswijdte van de zeefkooi:
Er zijn verschillende maten zeefkooien. Willen we biobedding produceren, dan gebruiken we graag een zo grof mogelijke zeefkooi, want dan gaan de kleinere mestdelen met de dunne fractie mee en is de biobedding samengesteld uit een zo grof mogelijk product. Daardoor krijg je een betere vochtopname en een veerkrachtiger product. Maar is de mest samengesteld uit kleinere delen, dan moeten we een kleinere maaswijdte kiezen voor de zeefkooi, waardoor de capaciteit van de separator toch weer aanvaardbaar is.

 

Diameter van de as:
Wanneer je een dikkere as toepast in de separator, wordt de inhoud van de separator minder en ook wordt de prop-diameter kleiner. De capaciteit wordt iets minder, het droge stof percentage kan wel iets toenemen, omdat door de kleinere diameter het vocht gemakkelijker weg kan naar de zeefkooi. Het grote nadeel is, dat de wrijving flink toeneemt en daardoor ook de slijtage!! Ook wordt de separator minder bedrijfszeker, omdat je meer kans hebt op storingen.

 

Afstelling van de separator:
De droogte van de vaste fractie kun je instellen door de tegendruk te regelen. Standaard gebeurt dat met contra-gewichten. Door de contra-gewichten verder  naar achteren te schuiven, verhoog je de druk, die de prop in de perskamer  tegenhoudt. Daardoor wordt er meer vocht uit de prop geperst.  Ook kan de tegendruk  automatisch  geregeld worden, waardoor de separator constant automatisch zichzelf controleert en bijstelt op de ingestelde waarde.

 

 

Extra vochtafvoer via de holle as:
Zoals al vermeld, gaat het vocht weg via de zeefkooi. Maar we zien, dat er veel vocht om de as blijft zitten. Want dat vocht moet door de dikke prop naar de zeefkooi toe om afgevoerd te worden. Dat gebeurt niet. Dus blijft het vochtig om de as. Nu is er de mogelijkheid dat vocht wel af te voeren. Dat doen we door de massieve as te verlengen met een holle buis. Deze buis is voorzien van een zeef. Het vocht om de as kan nu door de binnen-zeef in de holle as komen en wordt daar via de voorkant afgevoerd naar de overige dunne fractie. Het grote voordeel is , dat de droge fractie  nu  droger is, zonder extra krachten te gebruiken. De druk was er immers al!! In de praktijk blijkt tevens, dat dit ook heel gunstige invloed heeft op de slijtage van de slijtdelen, want we kunnen nu met minder krachten toch hetzelfde droge stof percentage halen. Minder krachten is minder wrijving en minder wrijving is minder slijtage.

 

 

De “reinheid” van de mest:
Klosjes, steentjes, grove voerresten of ook lange voerresten zijn de grootste oorzaken van storingen in een separatie unit. Dat is ook al zo bij het mest uitrijden. Op die machines worden dan ook snijfilters geplaatst om deze storingen te voorkomen. In de separator zitten nog veel kleinere openingen, dus is het daarbij nog belangrijker een snijfilter toe te passen.

Informatie over mestscheiden

Ook wij maken gebruik van cookies. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten